In speelronde achttien van Schaakvereniging Zierikzee boekte Martin Krijger zijn tweede overwinning op rij door nu Mark van Rooten te verslaan. Daarmee heeft Krijger de derde plaats weer in het vizier. De top vier van het klassement was wegens een externe (verloren) bekerwedstrijd afwezig en bleef intact. Jeroen van Straten staat met 438 punten bovenaan. Het verschil met nummer twee is met één punt minimaal. Vanaf de vijfde plaats heeft Krijger achttien punten achterstand op Sjaak Spiegels, die 75 punten heeft goed te maken op de top twee. Martin Both blijft vierde. Een gewonnen partij in de top van de ranglijst is maximaal 39 punten waard.
Mark van Rooten – Martin Krijger 0 – 1
Van Rooten (met wit) en Krijger (met zwart) ontwikkelden hun stelling rustig en pas op de elfde zet werden stukken geruild. Wit kreeg er een aantal ver opgeschoven pionnen in het centrum voor maar daardoor ook mogelijke zwaktes. Uiteindelijk koos wit ervoor een aanval door het centrum te starten. Op zet drieëntwintig schoof hij zijn d-pion op. Zwart kon deze slaan maar koos daarvoor de verkeerde manier. Wit kon daardoor zijn d-pion verder doorschuiven waardoor een machtige pionnenflank ontstond met de punt op d6, nog maar twee velden van promotie. Het enige wat er voor zwart nog opzat was deze flank te doorbreken, waarbij de lastige open positie van de witte koning wel hielp. In plaats van eerst alle stukken even op de goede plek te zetten, zwart kon toch niet veel doen, zette wit een pionnenaanval in en ondermijnde hiermee zijn eigen stelling. Zwart kreeg weer een beetje lucht en na de 29e zet van zwart zelfs een betere stelling. Wit ging er toen voor een eenzame zwarte pion te veroveren maar daarna kon zwart gebruik maken van de open opstelling van de witte koning en veroverde met een familieschaak een witte toren. Wit gaf direct op.
Marnix den Boer – Erik de Vrieze 0 – 1
De eerste twee onderlinge duels van dit seizoen werden gewonnen door Den Boer, maar stond in de stand toch onder De Vrieze. Met de witte stukken bediende Den Boer zich van het koningsgambiet. De Vrieze nam het aan, hield niet vast aan zijn pion op f4 en liet Den Boer de eerste acht zetten een beetje uitrazen. Er ontspon zich met een nauwkeurigheid van 71% om 75% een verre van foutloos, doch boeiend duel tussen twee sterke subtoppers die al jaren de volgende stap moeilijk weten te vinden. Wat resultaten betreft zijn beiden in principe gelijkwaardig maar wat rating betreft moet De Vrieze eerst nog maar eens naar Den Boer zien te groeien. En dan moest deze partij toch echt gewonnen worden. Op zet elf speelde Den Boer een paard naar h4. Dit was niet goed en De Vrieze brak sterk uit. De computer vond het zelfs briljant, met de loper slaan op e4. En het eerste vervolg was ook sterk, maar gaandeweg werd De Vrieze toch wat minder doortastend wat beiden na afruilen van dames en alle torens in een pionneneindspel deed belanden, waarvan De Vrieze er één meer én er twee vrij had. Dit bleek voor Den Boer uiteindelijk niet te houden.
Jac Weeland – Paul Greefhorst 1 – 0
Zoals gebruikelijk tussen Weeland en Greefhorst was het een boeiende partij, maar na de lange rokade van zwart verkreeg hij steeds meer initiatief op de koningsvleugel en moest wit alle zeilen bijzetten om te overleven. Maar op de éénentwintigste zet deed Greefhorst niet de beste zet en toen hij twee zetten later de dames afruilde was de grootste druk van de ketel en was er een redelijk evenwicht. Echter, op de negenendertigste zet volgde een stukken afruil in het centrum en bleef er een eindspel over met beiden één toren en drie pionnen, waarbij wit het voordeel van de verst verwijderde f-pion had. Toen zwart ook de torens nog eens af ruilde, bleef er een gewonnen eindspel over voor wit.
Fokko Baakman – Marco Vieveen 1 – 0
In de opening maakte Vieveen een fout wat Baakman een pion opleverde en daardoor het initiatief kreeg. De druk werd groter en Vieveen had moeite de posities goed te verdedigen. Uiteindelijk kwam hij onder de druk vandaan door de pion op h2 te slaan en zo een loper te ruilen voor twee pionnen en Baakman zijn koning onder druk te zetten.
Baakman had dan ook weer moeite onder die druk vandaan te komen. Maar toen dat lukte stond Baakman twee pionnen achter. Maar door een penning dreiging van de dame voor de koning werd Vieveen gedwongen zijn koning in veiligheid te brengen waarbij Baakman een pion terug veroverde. Toen ging Vieveen de fout in. Hij viel de toren aan die op f7 stond en Baakman haalde zijn loper terug waardoor de dame werd aan gevallen. Vieveen sloeg de toren en Baakman de dame die daardoor weer comfortabel op voorsprong kwam en de partij naar winst afwikkelde.
Frans Jansen – Frans Nijman 1 – 0
Na uitgebreid literatuur onderzoek van o.a. een boek uit 1932 deel III van V Dame pionspelen van Dr Euwe concludeerde Jansen dat hij deze partij eigenlijk had moeten verliezen van Nijman, maar dat door buitenaards toeval, hij precies die zetten volgorde vond, die tot de ene winst variant leidde.
Ben van der Westen – Peter de Vrieze 0 – 1
In deze partij werd er al snel een zwart paart tegen een loper geruild, met als gevolg dat De Vrieze een dubbelpion op de f-lijn kreeg, maar ook een open e-lijn. Vervolgens wilden beiden de controle over de e-lijn hebben. Wit speelde e4 maar door het zwarte paard naar f4 te spelen kon zwart fxe4 spelen. Wit offerde zijn loper op e4 tegen een pion en door nog meer af te ruilen gingen beide heren het eindspel in waarin De Vrieze al snel door een paard vork nog een pion snoepte. Een aantal zetten later liet Van der Westen zijn paard door De Vrieze insluiten en was het over en uit voor Van der Westen waardoor het punt bij De Vrieze kwam.
Ernst van de Beek – Floris van der Voorn 0 – 1
De opening pakte slecht uit voor Van der Voorn doordat hij een vork over het hoofd had gezien. Dat liet hem niet stoppen en hij probeerde door veel druk te zetten een fout te creëren bij Van de Beek. Dit lukte toen Van de Beek de zet f4 speelde. Van de Beek probeerde hierdoor het paard dat Van der Voorn midden op het bord had weten te zetten weg te halen, maar Van der Voorn bleef ongestoord en gaf eerst een schaak. Dit zorgde ervoor dat Van de Beek een toren verloor. Van de Beek dacht alsnog het paard te kunnen slaan maar daardoor kwam hij weer in de problemen. Hierdoor kon Van der Voorn zijn toren afruilen voor de dame van Van de Beek. Daardoor was het een dame en toren tegen drie lagere stukken en een toren geworden. Toen was het aan Van der Voorn om het spel te winnen, dat ging echter moeizaam en na een paar slechte zetten stond Van der Beek er weer beter voor. Maar ook hij kreeg het niet voor elkaar om precieze zetten te vinden die tot de winst leiden. Uiteindelijk kwam een paard van Van de Beek onder druk en verplaatste hij die naar d3, echter had hij daar de toren naar moeten verplaatsen. Dit had het paard verdedigd door een pin die hij kon geven met de koning erachter. Nu konden de torens geruild worden en met de voorsprong van pionnen kon Van der Voorn de wedstrijd winnen.
