Het is binnen Schaakvereniging Zierikzee traditie dat de clubkampioen een simultaan geeft tegen alle leden. Noem het een soort van Super Cup. Meestal wordt deze als sluitstuk van het seizoen gespeeld, maar wegens vakantie van de nieuwbakken clubkampioen werd deze uitgesteld. En zo werd er besloten om het als opening van het seizoen te doen. En uw verslaggever moet zeggen, dat heeft toch wel wat, zo’n simultaan, of Super Cup (zoals u wenst), als seizoen opener. Deze keer nam Aloys Kersten de uitdaging aan, en elf schakers waren bereid de degens met hem te kruisen in een zogenaamd Ledenelftal. Nu is komen tot een resultaat tegen Kersten met name in de interne competitie bijna een schier onmogelijke opgave gebleken. Maar hoe weet Kersten te presteren als hij zijn aandacht over elf borden tegelijk moet verdelen? Dat bleek lang niet mee te vallen. Het Ledenelftal bleek zijn huid duur te verkopen. Na vier uur had Kersten alle borden aan kant en had hij een score van 50% behaald: vijf keer winst, vijf keer verlies en één remise.

Aloys Kersten – Ledenelftal 5 ½ - 5 ½

Kersten: ‘Het was al weer bijna veertig jaar geleden dat ik voor het laatst een simultaan gegeven heb. Dan merk je toch wel dat je wat ouder wordt. Fysiek ging het me prima af, maar ik merkte toch wel dat ik wat meer moeite heb om me telkens op een andere partij te focussen. Ik had elf tegenstanders, dat is niet al teveel, maar het was meer dan genoeg.

Overzicht 2  

Bij een aantal partijen heb ik toch echt wel de nodige simpele blunders gemaakt. Ik denk dat ik soms gewoon te weinig tijd nam voor een zet, maar het duurde nu al tot bijna middernacht, dus meer tijd is er ook niet. Uiteindelijk een score van 50%, viel me iets tegen, maar het was wel leuk om te doen, ondanks de confrontatie met het ouder worden.’

 

Aloys Kersten – Martin Both 1 – 0 (22:51)

Na ruim tweeënhalf uur was deze partij de eerste die voor 23.00 klaar was, met Kersten dus als winnaar.

Martin 1

Aloys Kersten – Floris van der Voorn 0 – 1 (22:52)

Kersten zette zijn paard aan de zijkant van het bord om de loper van Van der Voorn te slaan. Dat gaf zwart tijd om zijn dame in een aanvallende positie te zetten. Na de ruil van paard voor de loper kon Van der Voorn met zijn dame vier pionnen slaan.

Floris 1  

Even later probeerde Kersten een loper te offeren om de koningstelling van Van der Voorn open te breken, maar miste dat de dame die ook kon slaan. Daarna had Kersten nog een paar trucjes die moesten worden verdedigd maar het was niet genoeg om schaakmat te voorkomen.

 

 

Aloys Kersten – Ben van der Westen 0 - 1 (23:04)

Het afgelopen seizoen is Van der Westen sterk vooruitgegaan in zijn spel en is er niet zomaar van hem te winnen. Ook Kersten kreeg het zwaar te verduren. Van der Westen veroverde een vijandelijk loper en stond op dat moment als één van de weinigen sterk tegen de kampioen.

Ben 1  

Geen half werk dus. Opmerkelijk was dat Van der Westen pas twee uur na het begin van de partij rokeerde. Uiteindelijk gaf Kersten nog een toren weg en gingen de felicitaties naar Van der Westen.

 

Aloys Kersten – Ernst van de Beek 0 – 1 (23:05)

Als ik denk aan de dag - ooit, ver in de toekomst - dat ik mijzelf kampioen van de vereniging mag noemen (wie mij nu al beticht van overmoed geef ik groot gelijk), dan kijk ik toch vooral uit naar het geven van de simultaan. Ik heb enorme bewondering voor mensen die zo veel partijen tegelijk kunnen spelen en ik vraag me af hoe het is om dat zelf een keer mee te maken. Wie weet ooit! 

Afgelopen maandagavond was het de beurt aan Kersten. Onverslaanbaar als hij het hele seizoen is geweest zag ik in de simultaan toch wel kansen. Een rommelige stelling leek me een goede strategie. De d6 scandinavisch is een opening die zich daar toe leent. Het is een straatvechtersopening om de damespion. En dat gebeurde ook. Kersten was door een loperruil op d3 gedwongen al snel zijn dame op te spelen, iets wat je idealiter niet wil als wit in deze stelling. De dame wordt een doelwit voor agressieve paarden. Nog erger wordt het als wit denkt druk te kunnen zetten op de c pion van zwart. 

Ernst 1

Zo geschiedde. Wit speelde paard b5 en loper g3, ter voorbereiding op een vork op c7. Paard b5 echter geeft zwart ruimte op het d5 veld, waardoor hij met paard fd5 kan verdedigen én de loper op g3 aanvalt. Het bleek de eerste van vele tempozetten voor zwart, wiens paarden als in dressuur over het bord heen dansten. Wit kwam in de verdrukking en een vork op c2 dreigde nu. Om dat te verdedigen moest het witte paard op b5 op stal aan de rand, maar in plaats daarvan sprong hij pardoes terug naar zijn haverzak op c3. Hierdoor werd de blik van de dame op de c2 pion onderbroken, en kon het zwarte paard een vorkgeven. Een pionwinst én kwaliteit, én een koning in het centrum die niet meer mag rokeren. Wat er in één zet allemaal niet verkeerd kan gaan. Voor zwart was het nu zaak rustig te blijven en met afruilen de positie te versimpelen, wat hij ook deed. 

Doordat de witte koning in het centrum stond was er een constante dreiging van penningen en aftrekschaakjes, waardoor wit de glazen moeilijk meer redden kon. Er leek voor wit nog een gunstige dameruil met een vork in te zitten, maar daar had zwart een tactisch antwoord op. Wit zag, berustte, en gaf op. 

 

Aloys Kersten – Mark van Rooten 0 – 1 (23:20)

De partij ging gelijk op voor een lange tijd. Dit tot zet zestien waarbij Kersten een pion in het centrum sloeg met een directe aanval op een toren van Van Rooten. Echter deze toren kon een paard slaan waarna wit speler Kersten terug moest slaan met een pion voor de koning die ondertussen gerokeerd had.

Mark 3  

Zo ontstond er een opening in de stelling van wit. Volgens chess.com was de partij hiermee al grotendeels bepaald. Verder spelend werd de dreiging groter ondanks dat Kersten een paard kon slaan zonder terug winst van Van Rooten. Later in het spel kon zwart speler Van Rooten de dame roven en was het twee torens van wit tegen een dame en een paard van zwart. Nadat dit paard mee ging spelen en schaakjes en vorkjes kon geven gaf Kersten op. 

 

 

Aloys Kersten – Frans Jansen 1 – 0 (23:37)

Jansen had een duidelijk - maar onjuist? - gambiet bedacht (naar hij hoopte verwarrend ?): Wit opende 1.e4/e5 en Zwart antwoordde - wegens zenuwachtige haast(?), direct met 2.. f6 , maar dat mocht natuurlijk niet - verklaarde Kersten geduldig .

Frans J 1  

Wit speelde 2.Pf6 en zwart f6 gevolgd door 3.e4 slaat f5 en  zwart vervolgde met 3../d6  , een soort Dutch defense dus, met pion offer waarbij, na de nodige normale ontwikkelings zetten aan beide zijden (en korte rokades) de dame van Jansen op f6 gesteund door toren op f8 rechtstreeks naar de witte koning stelling ‘keken ‘; Kortom ta-tar-ta trompet. Aanvalleh,  klaar voor de aanval!

Frans J 2

Helaas, die aanval met stormloop en Wit-mat, is nooit  gekomen: Wit stond een pion  voor en tien zetten later nog steeds! Maar inmiddels had Kersten iedere zwarte bedreiging vakkundig afgeweerd en zelfs een kwaliteit gewonnen (een toren tegen een loper!) en ondanks een moedige enorme stormloop van de zwarte koning, die als een moderne keeper zijn doel verliet en sprintend middencirkel in vloog  (het is soms net voetbal) om de vijandelijke stukken schrik en schande te bezorgen (de witte koning bleef laf maar verstandig achter drie verdedigers met een toren staan, dus struikelde de zwarte koning ergens met z’n zwaard tussen de benen en gaf rond de dertigste zet op! Bravo Aloys

 

Aloys Kersten – Sjaak Spiegels ½ - ½  (23:50)

De partij tussen Kersten en Spiegels ging lang gelijk op. Beide spelers ontwikkelden rustig hun stukken en rokeerden kort. Spiegels probeerde wat onbalans te creëren door twee pionnen en een loper te ruilen voor een toren.

Sjaak 1  

Hij hoopte met zijn toren de stelling van Kersten via de open lijn binnen te dringen maar dit werd goed afgeschermd door wit. Beide spelers wilden voor de winst gaan en de strijd verscherpte op de damevleugel. Er werden pionnen en Kersten hield zo een vrijpion over die hij ondersteunde met zijn twee paarden.

Sjaak 3  

Zwart probeerde deze pion te stoppen met een loper en een toren. Uiteindelijk ruil Spiegels zijn toren voor een paard en de vrijpion. Wit had een pion meer maar het eindspel was niet meer te winnen en er werd tot remise besloten.

 

Aloys Kersten – Erik de Vrieze 1-0 (23:51)

De eerste tien zetten werd er aan beide kanten rustig ontwikkeld waarna De Vrieze op zet tien met toren e8 een foutje maakte. Kersten maakte van de mogelijkheid gebruik een batterij van loper en dame te maken, dwars door het centrum richting de zwarte koning, waardoor het zwarte paard op d5 onder immense druk kwam te staan. Een ander zwart paard kwam te hulp, maar Kersten kon op deze manier een pion winnen. De Vrieze had gemist dat bij juist spel hij een paard kon winnen. Dan had hij op zet vijftien paard f5 moeten spelen, maar deed dat echter een beurt later.

Erik 1  

Nog steeds een perfecte zet, maar nu kon er slechts worden geruild. En Kersten had een pionnetje voorsprong, en over het algemeen maakt hij zich dan al vrij weinig zorgen. Om de dreiging op f7 te verlichten speelde De Vrieze zijn toren weer terug op f8, wederom een fout, en zo sloop er kostbaar tempoverlies in. Kersten stond duidelijk gewonnen maar moest het alleen nog even afmaken. Met een wanhopig loper offer hoopte De Vrieze de aandacht af te leiden en kwam met een pion nog aan de overkant ook, maar Kersten kon na afruilen een nieuwe weg naar promotie inslaan. Bij de eerste kon De Vrieze zijn toren nog geven. Bij de tweede stond de zwarte koning te ver weg.

 

Aloys Kersten – Peter de Vrieze 1 – 0 (23:52)

Beide schakers speelden een wisselvallig middenspel met foutjes over en weer.

Peter 1  

Kansen keerden voor beiden op verschillende momenten. En net als tegen De Vrieze junior kwam Kersten tegen senior een pion voor.

 

 

Aloys Kersten – Michiel Broere 0 – 1 (23:52)

Aan het begin van de avond leken Broere en De Vrieze er dezelfde tactiek op na te houden. Beiden reageerden met e5 op de opening e4 en er kwam een stabiele situatie op het speelbord. Broere had een defensieve reactieve houding en sloeg alle aanvallen geduldig af van Kersten terwijl De Vrieze er een offensievere tactiek op na hield.

Michiel  

Na verloop van tijd hield Broere er zelfs een pion aan over, maar dat ging wel ten koste van zijn positie maar die kon hij desalniettemin goed uitverdedigen. De pion meer leverde hem uiteindelijk dan ook de winst op.

 

Aloys Kersten – John van Dalsen 1 – 0 (00:00)

Uiteindelijk was rond middernacht Van Dalsen de laatste schaker die zich gewonnen gaf. Hierdoor trok Kersten de stand tegen het ledenelftal gelijk.

John 1  

John 2  

 

KERSTEN – LEDENELFTAL SCOREVERLOOP

Kersten – Both                       1 – 0

Kersten – Van der Voorn        1 – 1

Kersten – Van der Westen      1 – 2

Kersten – Van de Beek           1 – 3

Kersten – Van Rooten            1 – 4

Kersten – Jansen                    2 – 4

Kersten – Spiegels                 2 ½ - 4  ½

Kersten – De Vrieze (E)        3 ½  – 4 ½  

Kersten – De Vrieze (P)         4 ½  – 4 ½  

Kersten – Broere                    4 ½ - 5 ½

Kersten – Van Dalsen            5 ½ - 5 ½